Blogpost 64, 8-OKT 2026, Reijer Staats

Klein maken wat groot is

Een vers gemaakte cappuccino in een zwarte kop met latte art in de vorm van een hartje, geserveerd op een houten tafel met een bruin suikerzakje met een citaat van Gandhi in het Spaans.
Hombre, tío, primo. Ofwel man, oom, neef. Of beter: gast, gozer, vriend, mattie… Enthousiaste straattaal die iedereen in Andalusië gebruikt. Je kunt het tegen zowel mannen als vrouwen zeggen, ik geloof zelfs van alle leeftijden. Kom ik aangelopen bij mijn sportklas, dan zeg ik: “Cómo estáis?” (hoe gaat het met jullie), maar leer ik ook dat “Cómo estamos?” (hoe gaat het met ons) eigenlijk nog vriendelijker klinkt.

Terwijl ik mezelf tijdens een oefening met een touw aan een palmboom optrek, zie ik over het muurtje langs de Paseo een oudere man met zijn thuiszorgverpleegkundige passeren. Hij is slechtziend en heeft zo’n witte stok met rode accenten in zijn hand; het rolt van links naar rechts over het trottoir voor hem. Na de sportles, onderweg naar de auto, zie ik ze samen op het muurtje zitten. Beiden met hun mobiel voor de neus, de oude man houdt deze voor zijn ogen, het scherm lezend... “Hombreeee, eres mágico…”

Ik heb een oud-collega en haar noem ik hombre. Ze is een vast praatmaatje voor politieke en sociale kwesties, of gewoon voor praatje pot. Ze stelt altijd spontane en ontwapenende vragen. Ze leest mijn nieuwste blogpost, met veel persoonlijke, on-Spaanse inhoud, en ik ontvang feedback: “Goh, eigenlijk weet ik ook nog een heleboel niet van jou… Maar er ging wel een lichtje branden: dit alles ga je toch niet op jullie vakantieverhuurwebsite plaatsen?”

Johan zegt hetzelfde. En ja, ik geef ze gelijk, maar ik wil schrijven! Niet meer alleen over wat me verwondert aan het Spaanse leven, maar óók over wat me nog meer allemaal bezighoudt. Klein maken wat groot is. En zo volgt deze blogpost, alweer de 64ste, stevig ingekort na alle feedback, het vervolg op nummer 63: De weg naar onthaasten in Andalusië.

Foto: Ontbijt upgrade. Koffie, mango, kefir én una copa versgeperste granaatappel! De oogst bij Villa Merise wordt ieder jaar groter. De granaatappel: het steeds terugkerende symbool voor het leven...

Vintage Citroën Dyane met uitzicht op de Middellandse Zee aan de Costa Tropical bij Almuñécar in Andalusië

Het linkervoorwiel

Dinsdagavond, bijna 19.00 uur. Locatie: het parkeerterrein naast de Policia Local. We gaan hem zo ontmoeten: Mariano.

Voordat ik had besloten om de Renault 4 in te ruilen, was Johan al fanatiek auto’s als favoriet aan het opslaan op Marketplace. Een contactverzoek aan ene Mariano werd snel beantwoord met “disponible” en een mobiel nummer. Op mijn WhatsAppje volgde direct een lang spraakbericht: een brekende hoge zangerige stem in dialecto andaluz.

Wij zijn te vroeg. Johan herkent de ene na de andere occasion van Mariano’s Marketplace op het parkeerterrein en ik staar naar zijn wijsvinger: deze, en die, en die, en die... Oh, daarom dat ik hier nooit geen parkeerplek vind!

Dan zien we ónze toekomstige witte Fiat bestelauto aan komen rijden. De chauffeur, die deze auto zo te zien in bruikleen heeft, wipt zijn sigaretje door het open raam, parkeert op het laatste plekje en verstopt de autosleutel op het linkervoorwiel.

Al bellend en met een swingend loopje arriveert onze autohandelaar. Een buikje, het overhemd half uit de broek, sigaret in de mondhoek, een vetkuif, een zweterig voorhoofd én duidelijk zichtbare natte oksels. Zijn blik schiet over het parkeerterrein, dan grist hij de sleutel van de band. We schudden elkaar de hand en goedlachs begint hij zijn verkooppraatje.

De proefrit gaat over de N340 naar ons huis in Almuñécar met Johan achter het stuur; alle ramen geopend en de airco standje vier. Oké het is erg warm, maar zo zijn ook de eventuele rare, ongewenste bijgeluiden niet hoorbaar. De conversatie in de auto gaat er luid aan toe. Dit is duidelijk geen showroommodel, van buiten en binnen niet gepoetst en de luchtverfrisser aan de spiegel is al lang niet meer in functie.

Bij ons thuis op de oprit wordt de inruilwaarde van de Renault 4 vastgesteld, en op de terugweg richting de Policia Local rijd ik. Niet mijn auto, denk ik nog. We krijgen een jaar garantie en ik zie dat Johan daar heel erg enthousiast van wordt; ik biets eerst een sigaret. Van een bijna zingende Mariano krijgen we nog een kleine extra korting, mits het volledige bedrag wel al de volgende dag op zijn bankrekening is bijgeschreven. We plannen gelijk een afspraak voor een grote beurt, voor over zo’n twee maanden.

Krakende remmen, een fluitende turbo, het getik van de distributieketting: we schrijven alles op en Johan maakt geluidsopnames.

Slechts drie weken nadat we de Fiat voor de grote beurt achterlieten bij de Policia Local (sleutel op het linkervoorwiel), appt Mariano “listo” en laat hij ons met de Google Maps pin van een andere locatie weten waar we de auto op kunnen halen. Ergens achteraf, in het niemandsland tussen Motril en het strand, wordt op afstand via een app de poort naar een schimmig afgeschermd terrein voor ons geopend. Mariano’s opdracht: “Zoek hier naar een Marokkaan, die heeft de sleutel.”

Het stof daalt neer en tussen allerhande auto’s op buitenlands kenteken zien we onze Fiat staan. Links op het terrein staan twee containers, martelcontainers stel ik me zo voor. Johan ziet een rat langs één ervan het suikerriet inschieten. Achter de auto’s een loods met twee enorme garagedeuren. Daar moeten we vast zijn, maar al onze hola’s blijven onbeantwoord. Dan komt er een doorleefde grijze Mercedes uit de jaren 80 het terrein opgescheurd, de man die uitstapt moet onze Marokkaan zijn. Ik schat hem tegen de zestig, zijn dunne baard is opvallend vuil, en in zijn rechterhand draagt hij, het loopt tenslotte tegen lunchtijd, een plastic tasje van supermarkt Coviran.

We krijgen de sleutel van de Fiat overhandigd en alles onder de dikke laag stof lijkt op het eerste gezicht in orde. Johan ziet echter toch nog het olielampje branden, waarop de Marokkaan met zijn linkerhand de motorkap opent, de Coviran-tas op de bumper zet en een fles olie leeggiet in het reservoir. Over de motor gebogen kijk ik met hem mee.

Iets onder die motorkap klopt niet, maar mijn aandacht wordt direct afgeleid wanneer de Marokkaan terug naar de garage loopt. Zie ik nou een transparant slangetje vanuit dat Coviran-tasje naar onder zijn kleding lopen? “In die tas geen lunch, maar een stomazak” fluister ik tegen Johan.

Dan wijst Johan naar het geopende bagageruim en vraagt aan de Marokkaan of wij alle auto-onderdelen die daarin liggen zelf bij de stort moeten zetten. Hij zwijgt echter en trekt zijn schouders op.

Ik zucht. Tussen de onderdelen ligt ook onze bodemplaat, die moet dus nog gemonteerd worden. Vandaar dat ik zojuist, toen ik over de motor boog, de grond eronder kon zien.

Een belletje: “Nou, Mariano, we laten de Fiat nog een week staan.”

Wanneer we hem uiteindelijk ophalen, is het terrein verlaten. De poort gaat open via de app, en ja, we weten uiteraard waar we de sleutel kunnen vinden: op het linkervoorwiel.

“Hasta luego, Mariano!” Tot de volgende keer!

Foto: Daar rijden we weer over de N340 tussen Almuñécar en Salobreña. Mijn blik wordt naar de muur getrokken.

Uitzicht vanuit een rijdende Fiat op de Spaanse kustweg N-340 richting Salobreña, met aan de bergzijde een hoge steunmuur van betonblokken voorzien van graffiti Palestina Libre en in de verte de bergen onder een blauwe lucht.

Don Simon, een kleine geschiedenis

Eind juli overlijdt mijn Zwitserland-vriend Simon. Op de rouwkaart staat, handgeschreven door zijn vrouw Diny: “Leef vandaag, niemand heeft je morgen beloofd,” de titel van een recente blogpost, en dat raakt me. In het vliegtuig naar Zwitserland zoek ik naar foto’s. Het zijn er niet veel, want Simon poseerde niet graag. En ik schrijf de tekst hieronder, want stel, je wilt wat zeggen...

Foto: Een van de foto’s uit een serie: “Met Simon op een bankje door de jaren heen.” (26 maart 2017)

Reijer en Simon in 2017 bij Beachclub LEEF in Kijkduin, poserend voor een blauwe achtergrondwand met het logo en de tekst 'Leef vandaag, Herinner je gister, droom van morgen'.

Vaarwel, Don Simon. “Wanneer kom je weer?” vroeg je eind mei toen ik even in Zwitserland was. Nou, nu!

Maar dit keer zonder een “Ik verheug me er op”, zoals je altijd zei vlak voordat ik onderweg ging.

En ook geen “zum Wohl” zo meteen op het bankje, met een glas in de hand, uitkijkend op de Bietschhorn.

Jouw stem: “En mijnheer Staats, hoe is het?”, ik mis ‘m nu al.

Voor even 25 jaar terug in de tijd. Mijn vader riep me bij zich, zijn Parkinson was verergerd: “Reijer, wil jij misschien het chalet in Zwitserland overnemen? Anders verkoop ik het.” Het was de plek van mijn jeugd. Ik was er al jaren niet geweest, en Arthur, mijn partner van toen, zei: “Het is een kans, je moet het doen!”

Kort daarop bevond ik me in Kippel in het Zwitserse Lötschental, aan een glas wijn met Simon en Diny, geëmigreerde Brabanders van een generatie boven mij. Simon werd Abwart van het chalet en een dierbare vriend, zo een die je vooraf niet bedenkt.

Hectische tijden. Arthur en ik gingen uit elkaar, ik kocht een jaren 20-opknapper in Amstelveen, promotie op het werk, een opleiding, mantelzorg voor mijn vader. Midden in die drukte overstroomde het beekje achter het chalet. Modderwater stroomde naar binnen en de steunmuur raakte instabiel. Simon belde vanuit Zwitserland en werd de bekende druppel: hij kreeg van mij de volle laag!

Toch koos hij juist toen voor vriendschap en sleurde me door de hele ellende heen.

Simon reisde daarna regelmatig mee met een Katwijkse bloemenhandelaar en was altijd mijn logé in Amstelveen. Al wanneer de vrachtwagen de grens passeerde kreeg ik een belletje: “Mijnheer Staats. Waar ik vanavond zin in heb is een lekkere steak. Vertel... Wat denk je ervan?”

Kwam ik uit mijn werk, dan stond er steevast een enorme bos rozen in mijn grootste vaas, niet heel vers, de rit van Nederland naar Zwitserland en weer terug hadden ze nog maar net overleefd. Een groene salade met fruit, aardappelblokjes al in de koekenpan, en de steak klaar om op de grillplaat gelegd te worden. Simon at graag voor zessen. In de bestekbak lag alles ineens lepeltje-lepeltje en soms was mijn koelkast gepoetst. Zoals Simon en Diny het beddengoed in onze Zwitserse linnenkast legden, zo vouw ik het nu nog steeds op. Zij waren stiekem mijn voorbeeld voor ons Spaanse avontuur.

Op zaterdagen moest Simon altijd naar de Bijenkorf voor een nieuwe jeans en een wit overhemd van Tommy Hilfiger. En ‘s avonds ging hij trouw mee een-drankje-doen (wodka lime) in de Amsterdamse Reguliersdwars.

Net zo regelmatig trok ik naar Zwitserland, en telkens ging bij de grens al mijn telefoon: “Hoe lang nog mijnheer Staats? Het eten staat al op.” In Zwitserland vertelde hij direct welke klussen er klaar lagen, de houtvoorraad aanvullen bijvoorbeeld. Van mijn vader leerde ik hard te werken totdat het af was. Van Simon leerde ik vroeg te beginnen, aandacht te houden en de kunst van het pauzeren. Meestal zat om drie uur ’s middags de vijf al in de klok en werd er een fles witte Johannisberg ontkroond.

De feestjes bij Simon en Diny waren bourgondisch, een zoete inval. Oud & Nieuw was vaste prik. In de aanloop naar Sinterklaas hoorde ik steevast met een zachte g: “Ik verheug me alweer op jouw Gemeen Gedicht.” Waarop volgde: “Ja, ja, mijnheer Staats. Was sich neckt das liebt sich!”

Toen Johan in mijn leven kwam, gingen we regelmatig sámen naar Zwitserland. Hoe fijn was het dat Simon en Diny, onze Zwitserland-familie, op onze intieme bruiloft in Amsterdam aanwezig waren. Simon en ik lieten elkaar wel iets meer los, maar altijd bleef het glas klaarstaan en was de tafel gedekt. En oh, hoe vaak ben ik wel niet langsgegaan om stiekem een gezellig sigaretje te bietsen?

Het verkopen van het chalet voelde te pijnlijk om met Simon te bespreken. De leistenen plaat met Klein Zwitserland 1978 hangt inmiddels aan de gevel van onze Casita in de Spaanse Lecrínvallei. Sindsdien heeft er bij Simon en Diny in Kippel in het Zwitserse Lötschental, naast het glas en de gedekte tafel, ook altijd een opgemaakt bed voor me klaargestaan.

Het is een kleine geschiedenis die aan me voorbijtrekt nu ik over de Alpen vlieg, op weg van Málaga naar Genève voor een allerlaatste groet aan mijn hele speciale vriend Don Simon. Iemand bij wie ik, sinds die volle laag aan het begin, nooit meer enige irritatie of ongemak heb gevoeld.

Vaarwel, Don Simon.

Jij bent een tijd met me meegelopen door het leven, er is familie waarin je wordt geboren, jij was familie die je kiest.

Dank voor 25 jaar vriendschap.

Foto: Elkaar ontmoeten, gek doen, ring erom en tekenen bij het kruisje... De ander beloven voor nog 70 jaar in hetzelfde schuitje te zullen varen. Jaar na jaar op die speciale datum uit eten met z’n twee. Happy 15th Anniversary Johan! De hele fotoserie is te vinden op Instagram.

Johan en Reijer en hun hond Melo varen in een gele tweepersoonskajak op de helderblauwe Middellandse Zee langs de steile, goudgele kliffen van het natuurgebied Acantilados de Maro-Cerro Gordo nabij Almuñécar.

Op weg naar Lolapaluza

Nu de Fiat van Johan voor een beurt opnieuw bij Mariano staat, rijden we met mijn auto naar de gastenwissel in Ático Lolapaluza, omhoog het Casco Histórico van Salobreña in, Johan rijdt, ik ernaast. We passeren het uitzichtpunt en midden op straat zie ik een leeg Alhambra-bierflesje liggen. Glascontainer gemist denk ik nog. Johan wijst ondertussen naar links, naar de ruige zee, met Villa Merise in de verte op de achtergrond. “Kijk...”, zegt hij.

Vol over het flesje. Pats!

“Kijk voor je!”, zucht ik geïrriteerd.

Johan parkeert de auto in onze garage, we beginnen te poetsen en ondertussen app ik met de nieuwe gasten over hun gewenste aankomsttijd de volgende dag. Of een vroege check-in om 12.00 uur in de ochtend voor mij oké is? Prima, het huis is toch al bijna klaar. Maar, dan lopen we op de auto af en ja hoor: een lekke band. Ik haal direct mijn hand open aan een glasscherf in het profiel.

Johan vindt slechts een reparatiesetje met een compressor en vloeistof in de auto, maar ik kan me er met mijn bloedende hand echt niet meer in verdiepen. Een sleepauto in deze smalle steegjes is onmogelijk en, het loopt al tegen 19.00 uur, op Google Maps zie ik dat alle bandenspecialisten zo sluiten. Morgen vóór 12.00 uur moet die auto onze garage uit zijn, zodat de nieuwe gasten er kunnen parkeren! Een nog kalme Johan en een gefrustreerde ik pakken een taxi naar huis.

Het plan voor de volgende ochtend:

  • Toch eerst even checken of het voor mij te moderne reparatiesetje werkt. (Nee, natuurlijk niet...)

  • En zo niet, een krik lenen bij de vroegst geopende garage en met de Dyane het Casco Histórico in. Nu pas begint Johan zich zorgen te maken. Of zijn Citroën clásico die steile berghelling wel trekt.

  • Wiel eraf, beneden band laten vervangen, en met de Dyane weer omhoog om het wiel terug te monteren.

  • Daarna bij de garage ook direct de andere band wisselen, want in Spanje verplicht: altijd twee dezelfde banden op één as.

  • Uiteindelijk, zwetend en zwart geteerd, de nieuwe gasten de hand schudden, stipt om 12.00 uur, want tja Duits: “Willkommen in Salobreña!”

Johan is ondertussen alweer naar Casa Larimar gereden, alwaar een volgende eindschoonmaak op ons wachtte. Halverwege de middag stuurt hij me een appje. Of ik hem kom ophalen. Erachteraan volgt een foto: een dikke kruiskopschroef, diep in de band van de Dyane.

Wanneer we later voor de tweede keer in korte tijd de Fiat bij Mariano ophalen, vinden we zijn terrein vol leven. De vakantiesluiting is duidelijk achter de rug: vele auto’s met geschiedenis, veel Marokkaanse monteurs, en vele galmende kreten “Hombreee!”, “Tíooo!” en “Primooo!” van Mariano, waarmee hij al zingend zijn werkplaats bestiert en zijn klanten betovert. Ik vraag hem gelijk om de overbodig geworden band van mijn auto op een schadevelg te zetten, zodat ik in de toekomst wél altijd een reserve bij me heb.

Mariano heeft mijn hart gestolen.

Foto: Pech. Driemaal is scheepsrecht. Het linkervoorwiel eraf. Oh jee, waar leggen we nu die autosleutel neer?

Een klassieke rode Citroën 2CV (Eend) Dyane met een geopende motorkap geparkeerd op een oprit in de zon, met op de achtergrond een palmboom, tropische planten en in de verte de blauwe Middellandse Zee.

Ongemak, meebewegen en onthaasten

Johan en ik voelen ons thuis hier in Spanje en we continueren vrolijk ons Spaanse beroep: gasten ontvangen, schoonmaken, brandjes blussen. Er komt poep uit een doucheputje na teveel wc-papier in de pot. Er zit natte was van gasten muurvast in onze bovenlader-wasmachine, nadat zij de trommel lieten draaien met de klepjes open en vervolgens de handgreep forceerden. Ze vertrekken morgenochtend al! Johan en ik regelen steeds razendsnel een oplossing. En jawel, de meest gehoorde klacht van 2026? Deze komt steevast van de kleinere vrouwelijke gast: de badkamerspiegels hangen te hoog.

De omgeving van onze Villa Merise zal een enorme upgrade krijgen met een parkachtige ontwikkeling aan de bergzijde. Johan hint al over Villa Merise: “Met wat kleine aanpassingen eigenlijk best een prima plek voor onszelf om ooit te gaan wonen.” A mí me gusta la idea también!

Ik fantaseer inmiddels over het tijdperk dat we daar verlost zullen zijn van het gemeenschappelijke waterdepot en de septictank, en van de butsen en de kuilen in de smalle straat, want ook riool, gemeentewater en de weg zijn verbeterpunten die in het project zullen worden aangepakt. Als kleine urbanisatie met zeven huizen zullen we geen behoefte meer hebben aan een potje voor deze gezamenlijke voorzieningen. Eindelijk, na al die jaren, zal de functie van El Presidente komen te vervallen, en zal ik nooit meer geen onderling burengezeur hoeven aan te horen en op te lossen.

Maar dan is het tijd voor de algemene VvE-vergadering van ons eigen thuis in Almuñécar. Bij het laatste agendapunt verklaart La Presidenta, onze strenge vecina Susana, dat ze na twee jaar in functie haar taken neerlegt. Ze stelt voor om te stemmen voor een opvolger en maakt met haar ogen een ronde door de kring. Het blijft opvallend stil. Ik kijk naar beneden en dan naar een argeloze Johan, maar Susana’s ogen stoppen bij mij. “Yo no!” zeg ik, “Stress enzo, kun je er toch niet zelf nog één jaartje aan vastplakken?”

Zelfs Johan neemt het niet voor me op. Susana steekt triomfantelijk haar vinger op: “Yo voto a Reijer…”

Susana krijgt altijd haar zin.

En zo raak ik in de eerste week al betrokken bij een ruzie met een buurman direct naast de urbanisatie, die zijn auto altijd onpraktisch parkeert voor een van onze gemeenschappelijke toegangspoorten. Met duidelijk een slok te veel op en op zijn huis plots de Franse vlag gehesen, vliegen de connards en putains ons tegemoet. Ook word ik bestookt met appjes van mantenimiento over buren en gasten die toch niet douchen voordat ze het zwembad betreden, en over allerlei planningen, urenverantwoordingen, defecten en gebreken. De man van Susana zei het al: “Sla hen op in je favorieten.” Dus, nu ben ik van een tweede urbanisatie Presidente, maar in een heel andere rol. En eigenlijk is dat best oké.

Foto: De parkachtige ontwikkeling aan de bergzijde van Villa Merise. Villa Merise, onderaan, het derde huis van links. Bron: Cumbre Villas.

Luchtfoto van de urbanisatie Costa Aguilera Alta in Salobreña aan de kustweg N-340. Centraal op de heuvel staat het moderne geschakelde nieuwbouwcomplex Horizon Costa Aguilera met witte gevels en privé-overloopzwembaden. Direct daaronder ligt de oorspronkelijke rij mediterrane villa's aan de bergzijde van de kustweg.

Bij het afsluiten van deze 64ste blogpost, en het verzinnen van een passende titel, raak ik in de knoop. Ik app nog wat met mijn hombre-vriendin, en Diny en ik sturen elkaar een foto van de gedenkplek die we voor Simon hebben ingericht. Wat een toeval. Op beide foto’s precies hetzelfde: een portret, een bloem en een fles Don Simon.

Ik vraag me af waar mijn verwondering over de alledaagse Spaanse beslommeringen in het hier en nu, samenkomt met nostalgie, verlies en het wereldse leed waarover ik me o zo druk kan maken. Maar dan stuit ik op een Instagram post die ik plaatste op 24 augustus 2025, de vijfde sterfdag van mijn zus, en de tekst erbij vat eigenlijk alles samen:

“Welk licht zou Meris in deze tijd hebben gezet? Ik hoor ontwapenende woorden die verder kijken dan de eerste gedachte, die klein maken wat groot is, persoonlijk wat afstandelijk, dichtbij wat ver, lief wat boos, zacht wat hard.

Ja, ik wil!

Oh, wat mis ik soms het samen schaterlachen.”

Mmm, klein maken van groot is? Voor mij voelt daarmee deze 64ste Andalusië-blogpost als een afgerond geheel, en kan ik zeggen: “Hasta luego!” Tot een volgende blog, of tot in Spanje, waar Johan en ik jullie graag verwelkomen.

Reijer

Reijer Staats & Johan Pastoor  |  +31(0)6 - 28 27 1492  |  contact@villa-andalusia.com  |  www.onthaasten.es