This website uses cookies to ensure that you have the best possible experience when visiting the website. View our privacy policy for more information about this. To accept the use of non-essential cookies, please click "I agree"

Tussen alle annuleringen van onze casas, Spaanse storm en regen en onze vakantieplannen die maar blijven doorschuiven, zo is leven in Spanje nu eenmaal soms ook, regelen we in de winter vooral dat wat op ons pad komt. Is dit het dan? vraag ik me vaak af. Ik twijfel ook over het schrijven. Want, wie zit er op mijn verhalen te wachten in deze wereld met zoveel smart?
In de lente ontstaat er echter ruimte en krijgt ons leven een nieuwe wending. We gaan weer aan iets bouwen! Ik krijg echt zín om daarover te schrijven: “Johan, weet jij misschien een passende titel?”
Foto: Happy trails! La Alpujarra in Andalusië trekt ons steeds opnieuw.

Wie mijn blogpost Aan de haal heeft gelezen, weet hoe twee onbekende buurmannen mij ooit van het winderige dakterras van Lolapaluza hebben moeten redden toen ik de jacuzzi aan het installeren was, de schuifdeur in het slot liet vallen en zelf niet meer naar binnen kon. Sindsdien is de vaste instructie aan gasten:
"Gebruik deze rechter deur,” en ik doe het voor, “want ik heb het slot verwijderd en deze kan dus nooit dichtvallen. Kijk, deze linker…” — ik doe het opnieuw voor — “die valt wel in het slot.”
Op de vooravond van het lange weekend van de Día de la Constitución en de Día de la Inmaculada Concepción in december verlaat ik Lolapaluza weer, terug richting thuis voor het vervolg van, jawel, Sinterklaasavond. De gasten zijn ingecheckt: last-minute geboekt, hij uit Sevilla, hij moest haar nog in Granada oppikken, dus ze wisten pas op het laatste moment hoe laat ze zouden aankomen. Wanneer ik uiteindelijk een aankomsttijd krijg doorgegeven, komen ze alsnog twee uur te laat.
Ik laat hen achter met duidelijke instructies. Zo zou je denken, want ik zie haar nog instemmend knikken bij de betreffende schuifdeur.
Om 00.30 uur wekt een onbekend Spaans nummer mij. Slaperig veeg ik de oproep weg.
Er volgen drie appjes:
"Reijer"
"Estamos en la terraza"
"No podemos entrar”
Zucht. Een gevoel van onlust wordt mij meester.
Ik antwoord: “OK, un momentillo, voy ahora”.
Slechts een half uur later steek ik de sleutel in de voordeur van de ático om de buitengesloten gasten weer snel van het dakterras te bevrijden. Geen beweging in te krijgen. Ik pak mijn telefoon erbij en bel naar het nummer van de appjes; hun sleutel blijkt aan de binnenkant in het slot te zitten. Ik hoor een gesnik aan de andere kant van de lijn en ikzelf, nu ook in lichte paniek, verbreek de verbinding om Johan te bellen voor advies. Geen reactie. Mijn hart klopt in mijn keel.
Door de kou naar de Guardia Civil dan maar, alwaar belpogingen naar 24-uurs slotenmakers volgen. De derde wordt gelukkig beantwoord en uiteindelijk om 03.00 uur ´s nachts lukt het me om binnen te komen en de schuifdeur van de slaapkamer naar het dakterras te openen. Ik tref twee bibberende, naakte twintigers, in elkaar verstrengeld op de koude terrasvloer naast de dampende jacuzzi, en met één klein handdoekje dat hun intieme delen verhult. De airco binnen op de slaapkamer draaide al die uren op vol vermogen. Saunatemperaturen!
Ik voel me opeens een voyeur in deze voor hen toch wel gênante situatie. Ik weet dan ook niet hoe snel ik me uit de voeten moet maken. "Buenas noches!"
Foto: Kerst in Cádiz, “La Tacita de Plata” — een stad omringd door water met een zilveren glans en een groot karakter. Zie ook het filmpje op Facebook of Instagram.

In de winter (ik weet het: die is al lang voorbij) worden we verder niet meer geleefd door gasten, maar wél door annuleringen:
“Onze gezondheid laat ons een beetje in de steek”,
“Ik heb mezelf hervonden. Spanje past daar nu even niet bij”,
“Onze hond blijkt lange autoritten niet te trekken”,
“Mijn ouders liggen slecht”,
“Gezien de situatie in de wereld is dit misschien niet het moment om naar Spanje te komen…”
Een versoepeling van onze annuleringsvoorwaarden op Airbnb naar een minder strenge categorie leidt naast een toename van boekingen eveneens tot meer annuleringen. Enkele lange winterboekingen van gasten die hier zouden komen onthaasten vallen weg en worden weer opgevuld met korte weken, wat ons minder flexibiliteit geeft: onze eigen geplande Spaanse ontdekkingstochten schuiven we daarom keer op keer voor ons uit.
Ik ben kwaad op Trump, kwaad op Israël, kwaad op de manosphere en teleurgesteld in het ongenuanceerd alle schuld, van wat dan ook, leggen bij vluchtelingen of andere culturen door boze mensen. “Hé, je kunt niet zomaar een groep veroordelen vanwege het gedrag van enkele individuen,” zeg ik dan. Die gedachte siert je, krijg ik te horen, maar het is wel een beetje naïef.
Aan een vriendin, die ik meestal ‘Hombre’ noem, stel ik van man tot vrouw de vraag, hoe zij eigenlijk de veiligheid op straat ervaart. Ik introduceer deze vraag met een ervaring van mezelf als homo: ik ben weleens beducht voor een machogroepje. Type Nederlands, waarschijnlijk een slok op, zichtbaar op anderen lettend, erop uit om herrie te schoppen. Als ik ze zie, ga ik aan de andere kant van de straat lopen.
De Hombre-vriendin reageert uitgebreid, met eigen voorbeelden en tips hoe je je als man in een donkere straat moet gedragen wanneer een vrouw alleen je tegemoet komt lopen en je haar niet onveilig wilt laten voelen. Ze sluit af met: “PS: Stel je vraag ook nog aan een andere vrouw. Ik ben benieuwd naar haar antwoord.”
Ik doe het. Mijn introductie is hetzelfde, maar de reactie van de tweede vrouw is anders: “Maar Reijer, aan jou kun je ook zien dat je homo bent.”
Oh, wat houd ik toch van het Spanje zonder labels, dat zich afzet tegen het wereldleed. En van de Andalusische mens, die vooral met zichzelf bezig is en niet zo met de ander, die anders denkt, er anders uitziet. Dan vertelt onze kapper Jesús me hoeveel racisme hij hier wel niet ervaart, en dat hij als vader en gitano regelmatig aan zijn vier kinderen moet uitleggen waarom ze niet op een verjaardagsfeestje zijn uitgenodigd. Met een verbaasde blik staar ik hem aan in de spiegel, terwijl hij vervolgt:
“Ze horen ons graag zingen, ze zien ons graag dansen, je zult hen geen kwaad woord horen spreken, maar ze sluiten ons wel uit.”
Ik merk geraakt te zijn.
Gedachten tollen door mijn hoofd: ja, ik ga me laten tatoeëren, een neusring zetten en lange Nike-sokken dragen. Ik haal nu de tondeuse over mijn schedel, net terug van de kapper. De manier waarop ik het melkschuim van mijn cappuccino uit het glas lepel. Hoe ik diep in mijn neus peuter. Mijn ongemakkelijke besef van hoe dingen horen en zijn, en daarmee mijn oordeel vellend over anderen. De etensresten tussen mijn tanden. Mijn minderwaardigheidscomplex. De lichte paniek die me zomaar ineens kan overvallen.
Ik word niet alleen mijn moeder. Ik begin haar ook te missen, nu ik haar steeds beter begrijp.
Johan snapt me soms niet meer. Met die 99% chocolade en het verlangen naar bataat en de zaadmix in mijn zelfgemaakte kefir. Ik rasp bloemkool tot rijst en vraag of we vanavond peulvruchten eten. Zijn antwoord steevast: “Ja hoor, Beatrix.”
De ene na de andere storm buigt af naar Spanje.
Is dit het dan?
Wordt de volgende winter weer zoals deze?
Ineens ben ik weer helemaal terug in mijn lijf.
Foto: La señora Andaluza in het bushokje bij ons om de hoek.

Ik zoek naar woorden die het geluid beschrijven van de lange, smalle en doodstille ziekenhuisgang. Het voelt traag en eindeloos en ik ben volledig in het moment. Het geluid is dreigend en echoënd. Voetzolen op linoleum, mijn ademhaling die tegen de wand weerkaatst, de geur van klinisch steriel.
Voorop loopt de nachtverpleegkundige. Ik loop achter onze gast.
Haar man is opgenomen.
Bij de aanvang van hun verblijf was hij al kortademig, en een paar dagen geleden, toen het eigenlijk niet meer ging en zij niet meer wisten wat te doen, ben ik naar hen toegereden, heb 112 gebeld en hem de ambulance in geholpen.
Hij leek veilig. Er was een behandelplan. Het ging beter. Maar vannacht ging toch mijn telefoon, en vertelde ze me in paniek dat ze was opgeroepen om direct naar het ziekenhuis te komen. Zo parkeer ik in de kelder. We melden ons bij de eerste hulp. De nachtverpleegkundige neemt ons mee naar de intensive care.
De IC-arts kijkt bezorgd. Google Translate erbij.
Een bloedprop is naar de longslagader geschoten. Hij ligt in coma.
Het zal niet lang meer duren.
"Je bent in een nachtmerrie beland," zeg ik, en we lopen naar de IC-kamer, die net met verrijdbare schotten wordt afgeschermd.
Ik rijd naar huis. Zij blijft bij hem achter. Hoe je ineens midden in iemands leven staat. Bij liefde en dood. Gesprekken die niemand wil voeren. Familie die onderweg is. “Leef vandaag, niemand heeft je morgen beloofd,” de tekst boven de foto in de keuken van Casa Larimar krijgt ineens betekenis. Kleding die straks in een kledingcontainer verdwijnt. Iemand die achterblijft.
Een week later lees ik in het gastenboek: “Lost in paradise.”
Foto: Calma después de la tormenta.

Tussen de ene en de andere storm en de annuleringen, maken deze twee hombres en hun perro een zonnige trip naar Murcia, Elche, Alicante en Cartagena (zie deze video op Facebook of Instagram). En steeds weer, zijn we ook blij om thuis te komen. Alsof dat bevestigt dat we de juiste keuze hebben gemaakt om in Almuñécar te gaan wonen.
Thuis neem ik contact op met het grote hotel in Salobreña, dat verantwoordelijk is voor het gemeenschappelijke waterdepot van Villa Merise en de casas van onze zes vecinos.
Ik ben in dit verhaal de President van de kleine buurtgemeenschap: degene die het onderhoud regelt, contacten onderhoudt en de administratie voert. Ik vraag om een nieuwe fles van het product dat onze manitas maandelijks aan het water toevoegt, én om een planning voor groot onderhoud aan het depot. We spreken af dat er iemand langs zal komen voor inspectie.
Voor me staat een klein, kaal en nerveus mannetje: El Jefe. Hij belt direct naar de Ferretería, toevallig diezelfde zaak met de 24-uurs slotenservice die hielp om het “stoute stel” te bevrijden. Het product zal voor me klaargezet worden; wanneer ik het ophaal zie ik een grijns die ik niet van de sleuteltovenaar had verwacht.
Na de inspectie van het depot lopen we naar onze buurman, de voormalig burgemeester van Salobreña, om de planning door te spreken: dinsdagavond start El Jefe met het laten leegpompen van het depot. Woensdag schoonmaak. Woensdagavond wordt het depot weer volgepompt. Donderdag moet iedereen weer water hebben.
Zo gezegd, zo gedaan. Ik stem af met de overwintergast in Villa Merise en informeer alle buren over het onderhoud.
Maar woensdagochtend zie ik geen beweging: het depot zit nog vol water. Ik bel El Jefe. Geen mensen, hoor ik kortaf, misschien vanmiddag. Maar no pasa nada, de tijd verstrijkt. Ik bel nog een paar keer. Eerst hoor ik nog wat gestamel, maar daarna volgt een nieuwe fase in ons contact: ik word gewoon weggedrukt. Tenslotte wordt er helemaal niet meer opgenomen.
“Hij houdt volgens mij niet zo van buitenlanders,” zeg ik tegen de burgemeester, maar die schudt zijn hoofd. “El jefe no es una persona seria.” We hadden hem niet voor deze klus moeten vragen. De burgemeester weet me aan een andere lokale dienstverlener te helpen en zo volgt er enkele weken later een nieuwe datum. Dit keer lijkt alles volgens planning te verlopen.
Maar op de dag ná de schoonmaak komen de telefoontjes bij mij binnen: er is geen water.
El Jefe verklaart dat de waterpomp het tijdens de laatste storm heeft begeven, belooft deze te laten repareren, en zegt in de tussentijd tankwagens met water te laten komen, maar het blijft weer bij loze beloftes. Het weekend gaat voorbij. Daarna nog één.
Voor onze overwintergast regelen we een hotel en een andere casa.
Pas na negen dagen komt er weer water uit de kraan.
Ondertussen zet ik mijn handtekening onder een aangifte bij de Guardia Civil, komt de Policía Local langs om te controleren of er écht geen water is, stuurt een buurman een advocaat op El Jefe af en belanden er diverse brieven van politiek actieve buren op het bureau van het gemeentebestuur. Op het social media profiel van onze hoofdpersoon zie ik vooral VOX-propaganda, gezinsfoto’s bij het stierenvechten en diens vrouw over de top poserend in een strak doorschijnend badpak aan de rand van een zwembad. Een bevriend stel zegt van locals te hebben vernomen dat het betreffende hotel in Salobreña sowieso een verleden heeft aan de verkeerde kant van het fascistische Spanje.
Onze activistische buurvrouw weet me te vertellen dat El Jefe en de burgemeester ooit samenwerkten bij de PP, totdat een politiek geschil uit de hand liep en ze met elkaar op de vuist gingen. Hij zou daarna door de hoteleigenaar zijn verleid om naar VOX over te stappen en kreeg als dank de verantwoordelijkheid over ons water.
VOX, PP, PSOE…
Steeds beter leer ik de Spaanse bureaucratie te begrijpen.
Emigreren naar Spanje is ook: steeds opnieuw leren begrijpen dat er hier eigenlijk niemand is die iets echt regelt.
Foto: "En Johan! Hebben we nog nieuws?"

De vraag “Is dit het dan?” borrelt weer op. Johan en ik zijn tevreden met ons portfolio van authentieke vakantiehuizen Villa Merise, Casa Larimar en Casita Klein Zwitserland, maar het is alweer bijna anderhalf jaar geleden dat we Ático Lolapaluza daar aan toevoegden. Ik wijs hem op een klein budget dat wacht op tegenslagen, zoals die kapotte auto of tegenvallende inkomsten… of misschien toch voor nog een allerlaatste project?
We onderzoeken het idee:
Het hoeft niet per se een toevoeging aan ons verhuurportfolio te zijn.
Vooral een plek in een andere omgeving waar we zelf graag zijn.
Iets waarin we onze tanden kunnen zetten.
Kerst vieren met vrienden bij de open haard.
Een plek waar ik schrijfinspiratie kan vinden.
Ja, dat zien we wel zitten! Op regenachtige winterdagen zitten we allebei op onze telefoons: Idealista, Kyero, Fotocasa, Pisos, ThinkSpain worden afgestruind. Vooral Johan komt met voorstellen, ik haak aan, soms gaat dat soepel, af en toe reageer ik niet of negeer ik hem, soms schuurt het tussen ons en zeggen we de rest van de dag geen woord meer. Wat uiteindelijk blijft hangen, komt op een shortlist.
Onze zoekregio is groot. We maken prachtige tochten. Onder Hollandse luchten en over Andalusische paden dwalen we tussen kust en bergen door La Alpujarra en snuiven we alvast aan de lente. We verkennen de Tropische Vallei achter Almuñécar en ontdekken Alhama de Granada in het binnenland.
We lopen langs wijngaarden, amandelbomen en cortijos, waar muilezels nog het land bewerken. We ontmoeten trotse, vriendelijke Spanjaarden.
Soms sluiten vrienden aan op onze uitstapjes en wandelingen, de Hombre-vriendin bijvoorbeeld. Op een terras in de zon laten we de middag uitlopen.
Terug in de auto kijken Johan en ik elkaar even aan. Een kleine knipoog, omdat het gelukt is om over onze plannen de kaken stijf op elkaar te houden. En ondanks alle foto- en videoverslagen op mijn Facebook en Instagram profiel stelt ook niemand vragen.
Wat binnen budget valt, is vaak niet af of ligt te afgelegen. Het blijft zoeken naar een speld in een hooiberg. Een huis dat bijna klopt ligt in het verkeerde dorp. Een bouwval in het stadje Órgiva blijkt beter dan gedacht, maar heeft een smoezelig en argwanend kattenvrouwtje als buur. We doen een bod op een authentiek historisch pand in Alpujarra-stijl met een leistenen vloer en Moorse schoorsteen, maar het stucwerk komt na alle regen van de muur, en we trekken ons bod terug wanneer ook onze jurist haar twijfels uit.
En dan rijden we weer verder, langs een cortijo te koop, met als enige doel eigenlijk, om deze kleine boerderij van onze shortlist te schrappen.
En Johan! Hebben
we nog nieuws?
Wat! Una Más?
Verscholen in de Contraviesa bergen van La Alpujarra, op 1.000 meter boven
zeeniveau, stuitten we op een kleine cortijo met een eigen boomgaard. Vlakbij het wijndorp Albondón en
op maar 25 autominuten van het strand. Zie mijn video van deze omgeving op Facebook of Instagram.
Foto: We vielen op slag voor de rust en de eenvoud, de amandelboomgaarden en het zeezicht.

Inmiddels hebben we onze handtekeningen onder het voorlopig koopcontract gezet. Nu is het wachten op het papierwerk, en dan gaan we hard aan het werk om, volgende winter, ook deze bijzondere plek weer te kunnen delen. Terwijl ik verder schrijf snijdt Johan alvast de eerste letters uit het stuk sloophout voor het nieuwe naambord: Una Más.
Ik loop naar hem toe: "Is dit het dan?"
Hij kijkt niet op, alleen even opzij. “Ja,” zegt hij en snijdt weer verder.
Leef vandaag. Niemand heeft je morgen beloofd.
Tot de volgende!
Johan & Reijer
Reijer Staats & Johan Pastoor | +31(0)6 - 28 27 1492 | contact@villa-andalusia.com | www.onthaasten.es
